Menu

Evan Bogerd concerteert in Sint-Joriskerk

Op woensdagavond 16 augustus concerteert Evan Bogerd in de Sint-Joriskerk in Amersfoort. Hij speelt op het koororgel muziek van Bach en een improvisatie. Op het hoofdorgel improviseert hij eveneens en speelt hij werken van Stravinsky, Bach, Kint en Reger.

Nu het koororgel twee klavieren en een vrij pedaal heeft, is het zeer geschikt om grotere Bachwerken te vertolken. Evan Bogerd begint zijn bespeling op het koororgel dan ook met de indrukwekkende Praeludium et Fuge h-Moll, BWV 544 van Johann Sebastian Bach (1685-1750). Bogerd sluit zijn bespeling van het koororgel af met een improvisatie.

Igor Stravinsky (1882-1971) componeerde niet voor orgel, maar vanavond kunnen we toch Berceuse And Finale uit: ‘L’Oiseau de Feu van de Russisch-Frans-Amerikaans componist op het hoofdorgel van de Sint-Joriskerk horen dankzij een arrangement van Maurice Besly. Muziek van Johann Sebastian Bach krijgen we ook te horen op het Naber-orgel. ‘Was willst du dich betrüben’ uit cantate BWV 107 komt tot klinken in een arrangement van Konstantin Reymaier.

Na een improvisatie is het tijd voor de Prelude Pastoral, Op.33 van Cor Kint (1890-1944). Kint was componist, violist, uitgever van vioolmuziek en viooldocent aan het conservatorium van Amsterdam. Gek genoeg zijn z’n orgelwerken bekender geworden dan zijn vioolmuziek. Wie de Prelude Pastoral beluistert, zal in de melodie vioolachtige trekken ontwaren. Max Reger (1873-1916) werd honderdvijftig jaar geleden geboren. Daarom krijgt de componist veel aandacht in de Amersfoortse orgelserie. Evan Bogerd speelt als slot van het concert de Phantasie über den Choral ‘Hallelujah! Gott zu loben’, Op. 52/3.

Evan Bogerd (1993) is sinds 1 januari 2020 cantor-organist van de Westerkerk in Amsterdam. Hij is een veelgevraagd concertorganist in binnen- en buitenland. Hij werd voorbereid op zijn orgelstudie door Herman van Vliet te Amersfoort. Daarna studeerde hij bij Jos van der Kooy aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. Zijn master sloot hij af met een 10 voor het eindrecital. Door de jaren heen won hij diverse prijzen waaronder de eerste prijs op het internationale ‘Anton Bruckner’-Improvisatieconcours in Linz en tweemaal de eerste prijs op het Nationaal Improvisatieconcours in Dordrecht. Hij is gedreven om het orgel te promoten voor een breed publiek. Zijn antenne voor het vertolken van romantische werken leverde veel positieve kritieken op in de pers.

Het Strubbe Orgelpositief

In de kerkzaal van verpleeghuis ‘’De lichtenberg” te Amersfoort werd in 1977 een klein positief geplaats dat door Hendrik Strubbe is vervaardigd. Daar enkele jaren terug het besluit is genomen het gebouw af te breken, heeft de diaconie van de Protestantse gemeente het orgel aan de Sint Joriskerk geschonken.  In eigen beheer is het instrument in 2021 gedemonteerd, in de Noordbeuk van de stadskerk weer opgebouwd en ’two-tone classic’ geschilderd.

Voor kleuradvies is Gerard de Jongh – restauratieschilder – geraadpleegd die ook de logo’s en de gouden biezen op het orgelmeubel heeft aangebracht.  Om de bruikbaarheid te vergroten is de Octaaf 1 voet met het bijmaken van enkele nieuwe pijpen een quint opgeschoven. De herintonatie is verzorgd door orgelmaker Sander Booij. Om het gebruik ten opzichte van de andere 3 instrumenten in de kerk te onderscheiden, heeft het instrument nu een middentoonstemming gekregen. Tevens zijn nieuwe registeropschriften, snijwerk en registerknoppen vervaardigd. Het orgelpositief heeft de volgende dispositie:

Holpijp 8’, 

Gedekte fluit 4’, 

Prestant 2’ en Quint 11/3’.  

Het pedaal is met een koppel aangehangen.

Het Metzler Orgelpositief

Na de restauratie van de Sint-Joriskerk in 1967 blijkt in de Gerfkamer (een zijzaalvan de kerk waar vroeger de priester zich omkleedde) behoefte aan een klein kabinetorgel. Ook hierin voorziet de familie Pon door een klein verrijdbaar orgel te schenken. Het instrument is eveneens vervaardigd door de orgelbouwers Metzler & Söhne. De luiken van het orgel zijn beschilderd door kunstenaar Antonio Frasson (Luzern).

Het orgeltje staat de laatste tijd meestal in de koorruimte van de Joriskerk.

Dispositie
Gedackt 8′
Rohrflöte 4′
Principal 2′

Stemming:
Evenredig zwevend Toonhoogte: a’ = 437 hz.

Het Metzler Koororgel

Het koororgel, geschonken door de Amersfoortse auto-importeur Ben Pon, is in 1967gebouwd als eenklaviers orgel. De Zwitserse orgelmaker Metzler & Söhne bouwt het orgel naar ontwerp van medewerker Bernhardt Edskes (1940-2022). Het instrument krijgt een plaats in het zuidelijke zijschip van de Joriskerk, waar in verband met de restauratie van het gebouw een deel is afgeschot om kerkdiensten te kunnen houden. Daarna is naar zijn huidige plaats bij het oxaal gebracht.

In 2018/19 plaatst Bernhardt H. Edskes Orgelbau, Wohlen (Zwitserland) een Borstwerk met zes stemmen, waarvoor bij de bouw al ruimte was vrijgehouden. Het Borstwerk is zwelbaar via deurtjes die met de hand bediend kunnen worden. In 2022 breidt Edskes het orgel opnieuw uit met vier pedaalregisters.

Hoofdmanuaal:

Quintade 16′
Prinzipal 8′
Hohlflöte 8′
Octave 4′
Rohrflöte 4′
Quinte 3′
Octave 2′
Mixtur IV sterk
Trompete 8′

Borstwerk:

Gedackt 8′
Flöte 4′
Gemshorn 2′
Quinte 1 1/3′ (B/D)
Tertz 1 3/5′ (B/D)
Dulzian 8′ (B/D)

Pedaal:

Untersatz 16′
Subbaß 16′
Gedackt 8′
Octave 4′
Fagot 16′

Koppelingen- en speelhulp:

Ped – Hoofdwerk
Ped- Borstwerk
Manuaal koppel
Tremulant

Het Naber Hoofdorgel

Carl Friedrich August Naber (1797-1861) bouwt in 1844 een nieuw drieklaviers orgel voor de Sint-Joriskerk in Amersfoort. Het is het grootste instrument uit zijn oeuvre. Hij plaatst het instrument op het gotische oxaal aan de oostkant van de kerk. Hij gebruikt bij de bouw vijf registers uit het vorige orgel van de kerk, een werkstuk van Pieter Gerritsz. uit 1551, waarin zich ook pijpen bevinden van Van Hagerbeer uit 1636.

Vanaf 1903 heeft J. de Koff het Naber-orgel in onderhoud. Hij vervangt op het Rugwerk de Dulciaan door een Echotrompet 8’. Op het Bovenwerk vervangt hij de Quintadeen  en Sifflet1’ door een Vioolprestant 8’ en een Voix Céleste 8’. In 1970 begint hij een grote restauratievan het orgel. In het kader van de kerkrestauratie krijgt het instrument een plek aan de andere kant van de kerk, op een nieuw platform. De Koff, die tijdens de restauratie failliet gaat,herstelt de oorspronkelijke dispositie. Daarbij krijgt het Rugwerk een Naber-Dulciaan uit 1953, afkomstig uit Vriezenveen. Flentrop voltooit de restauratie in 1972. In 1995 restaureert Flentrop het orgel opnieuw en voert in de jaren daarna intonatiecorrecties uit aan de tongwerken van het orgel. In 2012 krijgt het orgel een grote schoonmaakbeurt en wordt het opnieuw geschilderd.

Hoofdwerk [II] C – f3
Prestant 16′
Bourdon 16′
Prestant 8′ *
Holpijp 8′
Octaaf 4′ *
Openfluit 4′
Quint 3′ *
Octaaf 2′
Mixtuur 4-6 st.
Scherp 3-4 st.
Cornet D 5 st.
Fagot 16′
Trompet 8′

Rugwerk [I] C – f3
Prestant 8′
Roerfluit 8′
Bourdon 8′
Octaaf 4′
Holfluit 4′
Woudfluit 2′
Sexquialter 2 st. *
Mixtuur 3-5 st.
Dulciaan 8′

Bovenwerk [III] C – f3
Prestant 8′ *
Holpijp 8′ *
Quintadena 8′
Viola di Gamba 8′
Octaaf 4′ *
Fluit 4′ *
Nasard 3′
Gemshoorn 2′
Flageolet 1′
Hoboe 8′
Vox humana 8′
Tremulant

Pedaal C – f1
Prestant 16′
Subbas 16′
Octaaf 8′
Octaaf 4′
Bazuin 16′
Trompet 8′
Vox humana 8′
Tremulant

Koppelingen:
Hoofdwerk – Rugwerk
Hoofdwerk – Bovenwerk
Rugwerk – Hoofdwerk (1995)
Pedaal –Hoofdwerk
Pedaal – Rugwerk (1900)

Hoofdwerk [II] C – f3
Prestant 16′
Bourdon 16′
Prestant 8′ *
Holpijp 8′
Octaaf 4′ *
Openfluit 4′
Quint 3′ *
Octaaf 2′
Mixtuur 4-6 st.
Scherp 3-4 st.
Cornet D 5 st.
Fagot 16′
Trompet 8′

Rugwerk [I] C – f3
Prestant 8′
Roerfluit 8′
Bourdon 8′
Octaaf 4′
Holfluit 4′
Woudfluit 2′
Sexquialter 2 st. *
Mixtuur 3-5 st.
Dulciaan 8′

Bovenwerk [III] C – f3
Prestant 8′ *
Holpijp 8′ *
Quintadena 8′
Viola di Gamba 8′
Octaaf 4′ *
Fluit 4′ *
Nasard 3′
Gemshoorn 2′
Flageolet 1′
Hoboe 8′
Vox humana 8′
Tremulant

Pedaal C – f1
Prestant 16′
Subbas 16′
Octaaf 8′
Octaaf 4′
Bazuin 16′
Trompet 8′
Vox humana 8′
Tremulant

Koppelingen:
Hoofdwerk – Rugwerk
Hoofdwerk – Bovenwerk
Rugwerk – Hoofdwerk (1995)
Pedaal –Hoofdwerk
Pedaal – Rugwerk (1900)